Je trekt je hardloopschoenen aan, rolt je yogamat uit of begint aan je training. Maar wat maakt dat je het doet? Sport je vanuit zorg voor je lichaam, of vanuit de overtuiging dat je lichaam niet goed genoeg is? Van buitenaf ziet het er hetzelfde uit. Je bent aan het bewegen. Maar de reden waarom je beweegt, kan een groot verschil maken.
Uit liefde of uit angst?
Misschien zit er onder veel sportgedrag een keuze die we niet zo vaak bewust maken: beweeg ik vanuit liefde voor mijn lichaam, of vanuit angst dat mijn lichaam niet goed genoeg is?
Angst om aan te komen. Om minder aantrekkelijk te worden. Om de controle kwijt te raken. Om niet aan het schoonheidsideaal te voldoen. Angst om lichamelijke klachten te krijgen. Of simpelweg de angst dat je lichaam niet genoeg is zoals het is.
Dat hoeft niet altijd heel duidelijk te zijn. Soms zit het in kleine gedachten.
"Ik heb gisteren veel gegeten, dus vandaag moet ik sporten."
"Ik heb mijn training overgeslagen, dus ik loop achter."
"Als ik dit volhoud, zie ik er straks eindelijk uit zoals ik wil."
Sporten kan dan ongemerkt een manier worden om jezelf te corrigeren. Het lichaam wordt een project dat voortdurend verbeterd moet worden.
Dat kan ook anders.
Je kunt sporten omdat je wilt ontdekken wat je lichaam kan. Omdat je sterker wilt worden. Omdat je buiten zijn fijn vindt. Omdat je hoofd rustiger wordt na een wandeling. Omdat yoga je helpt om weer even te voelen waar je eigenlijk bent. Of simpelweg omdat bewegen prettig voelt.
Dan verandert de vraag van “Hoe krijg ik mijn lichaam zoals ik het wil?” naar “Wat heeft mijn lichaam vandaag nodig?”
Dat lijkt een klein verschil, maar het kan veel veranderen.
Motivatie doet ertoe
Ook de wetenschap maakt onderscheid tussen verschillende vormen van motivatie. Binnen de Self-Determination Theory wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt tussen autonome motivatie die vooral vanuit jezelf komt — omdat iets belangrijk, waardevol of plezierig voor je is — en gecontroleerde motivatie die meer voortkomt uit druk, schuldgevoel of de behoefte aan goedkeuring.
Onderzoek naar bewegen laat zien dat meer autonome motivatie samenhangt met een positievere ervaring van bewegen en met een grotere kans dat mensen het op langere termijn volhouden. Ook onderzoek naar lichaamsbeeld wijst erop dat bewegen vanuit gezondheid, plezier en welzijn doorgaans gunstiger samenhangt met hoe mensen hun lichaam ervaren dan bewegen dat sterk draait om uiterlijk en druk.
Dat betekent overigens niet dat je nooit vanuit onzekerheid mag sporten. Zo eenvoudig zijn mensen niet. Je kunt tegelijkertijd graag sterker willen worden én onzeker zijn over je buik. Je kunt willen afvallen én genieten van hardlopen.
Het interessante zit misschien niet in het oordeel over je motivatie, maar in het opmerken ervan.
Want wat gebeurt er als je niet bereikt wat je voor ogen had? Als je lichaam niet verandert zoals je hoopte. Als je een training mist. Als je ouder wordt. Als je een blessure krijgt. Kun je dan nog steeds vriendelijk voor jezelf blijven?
Een andere relatie met je lichaam
We zijn gewend om ons lichaam van buitenaf te bekijken. Hoe ziet het eruit? Is het slank genoeg, gespierd genoeg, jong genoeg, fit genoeg?
Maar je lichaam is niet alleen iets om naar te kijken. Het is ook de plek waarin je leeft.
Je voelt je hartslag versnellen tijdens het hardlopen. Je merkt dat je ademhaling verandert. Je voelt kracht ontstaan in je benen. Je ontdekt dat je lichaam meer kan dan je dacht. Dat is misschien een andere vorm van lichaamsliefde: niet voortdurend tevreden zijn met hoe je eruitziet, maar waarderen dat je lichaam er überhaupt is. Dat het beweegt, voelt, herstelt en je iedere dag ergens naartoe brengt.
Dus stel jezelf de volgende keer dat je gaat sporten de vraag:
Doe ik dit omdat ik vind dat mijn lichaam anders moet zijn, of omdat ik goed wil zorgen voor het lichaam dat ik heb?
Het antwoord hoeft niet altijd hetzelfde te zijn. Maar door de vraag te stellen, ontstaat er mogelijk iets meer keuze. En misschien is dát wel waar goed voor je lichaam zorgen begint.